Persoonsgebonden aftrek

Bij je aangifte inkomstenbelasting moet je je inkomen opgeven, maar daar staat tegenover dat je bepaalde uitgaven als persoonsgebonden aftrek mag opvoeren. Het gaat om de volgende aftrekposten:

Naast de persoonsgebonden kun je ook uitgaven hebben voor bijvoorbeeld je eigen woning (hypotheekrente), lijfrente of arbeidsongeschiktheidsverzekering. Deze zijn onder voorwaarden ook aftrekbaar, maar vallen niet onder persoonsgebonden aftrek.

Betaalde alimentatie

Betaal je alimentatie aan je ex-partner? Dan kun je deze aftrekken onder de aftrekpost ‘Onderhoudsverplichtingen’. Blijft je ex-partner in het huis wonen waar jij of jullie eigenaar van zijn, dan kan dit ook als alimentatie gelden. Andersom moet je ex-partner wel belasting betalen over de alimentatie. Kinderalimentatie is niet (meer) aftrekbaar.

Zorgkosten

Bepaalde zorgkosten mag je aftrekken:

  • genees- en heelkundige hulp
  • voorgeschreven medicijnen
  • hulpmiddelen zoals steunzolen of prothesen
  • reiskosten naar een arts of ziekenhuis
  • een dieet
  • extra gezinshulp
  • extra kleding en beddengoed
  • reiskosten ziekenbezoek

De kosten mogen niet al door je zorgverzekeraar zijn betaald of onder je eigen risico vallen. Wel mag je alle zorgkosten van je gezin meerekenen. Verder geldt er een drempel. Tot dat bedrag mag je geen zorgkosten aftrekken. Die drempel is afhankelijk van je inkomen.

Scholingskosten

Volg je een opleiding of studie die te maken heeft met je (toekomstige) beroep, dan kun je die scholingskosten aftrekken. Er geldt een drempel: de eerste € 250 kun je niet aftrekken. Daarnaast is het maximum € 15.000, tenzij je je onder de 30 jaar bent en al je tijd aan de studie besteedt en er geen baan naast kunt hebben. Een vergoeding van je werkgever moet je ervan afhalen: het gaat om wat je echt zelf betaalt.
De volgende kosten zijn aftrekbaar:

  • lesgeld, cursusgeld, collegegeld, examengeld;
  • kosten EVC-procedures (Erkenning Verworven Competenties);
  • verplichte leermiddelen, zoals boeken, software of bepaald gereedschap (computers en laptops en degelijke vallen daar niet onder);
  • verplichte persoonlijke beschermingsmiddelen zoals handschoenen of een helm;
  • de afschrijvingskosten van bijvoorbeeld muziekinstrumenten en andere duurzame goederen die je speciaal nodig hebt voor je opleiding;
  • de kosten van je promotie, zoals de publicatie van je proefschrift.

Giften

Vrijgevigheid wordt beloond met de aftrekpost voor giften. Hoeveel je mag aftrekken, hangt ervan af of het een periodieke gift is of niet.
Een periodieke gift houdt in dat je minimaal vijf jaar lang elk jaar een bedrag schenkt aan een ANBI of (onder voorwaarden) vereniging. Je moet de gift verder schriftelijk vastleggen. Is dat allemaal het geval, dan kun je de gehele gift aftrekken.
Voor andere giften geldt een drempel van 1% van je verzamelinkomen, waarbij de minimale drempel € 60 is. Het maximum aan aftrekbare gewone giften is 10% van je verzamelinkomen. Verder moet de gift zijn gedaan aan een ANBI of SBBI en moet je de gift schriftelijk kunnen aantonen (denk aan bankafschriften).

Monumentenpanden

De kosten van het onderhoud van rijksmonumenten kun je voor 80% aftrekken. Het moet echt om onderhoudskosten gaan en niet om kosten van verbetering of kosten die je maakt ongeacht of het een monument is, zoals binnenschilderwerk of kleine reparaties.

Weekenduitgaven voor gehandicapten

Als je in het weekend of in vakanties een ernstig gehandicapt kind, broer of zus van 21 jaar of ouder thuis verzorgt (die doordeweeks in een zorginstelling verblijft), kun je bepaalde extra kosten die je daarvoor maakt aftrekken. Het gaat om:

  • kosten voor het brengen en halen: maximaal € 0,19 per kilometer
  • € 10 per dag dat je de gehandicapte verzorgt (inclusief haal- en brengdag).